Never a dull moment in Romagne.
Toen we gisteravond met het zwembad bezig waren, kwam twee tuinen verderop een zestal padvinders aanlopen. Ze mochten de nacht doorbrengen onder het afdak van de feestzaal. “Bonjour”, riepen ze ons over de afscheiding toe.
Het waren Belgische jongens, bleek toen ze even later aan onze deur stonden. Ze zaten middenin een dropping, vertelden ze. Vooraf hadden ze hun telefoons en andere moderne hulpmiddelen moeten afgeven, en elke dag moesten ze van kamp naar kamp lopen. De meesten waren flink verbrand door de zon en allemaal hadden ze blaren.
De reden dat ze bij ons aanbelden: of ze alstublieft even mochten douchen. Ik weet niet wat jij gedaan had, maar wij konden ze niet laten staan. De laatste, die het meest verbrand was, zei tegen Peet: “Dank u wel mevrouw, het heeft me echt goed gedaan!” Hij had de douche keurig schoon en droog gemaakt. Dat kun je aan scouts wel overlaten.
Niet lang daarna ging de bel opnieuw. De jongens hadden eten geleverd gekregen voor de avond, maar moesten maar zien hoe ze dat warm kregen. “Het is eigenlijk niet de bedoeling, maar mogen we dat bij u doen?” Vanzelfsprekend. We gaven ze wat campingborden en -bestek mee om het onder hun afdak te kunnen opeten. Daarna kwamen ze het netjes terugbrengen en afwassen.
Ze hadden nog wel één vraag: of we misschien een wekker hadden? Want ze moesten de volgende ochtend weer vroeg op. We hadden nog wel zo’n ouderwetse analoge, met van die bellen bovenop. Misschien wilden wij het alarm even op 7.00 uur zetten? Want ze hadden natuurlijk geen idee hoe zo’n ding werkt. Toen ik vanochtend brood ging halen, stond de wekker keurig voor de deur.
Topscouts, die op dit moment door de regen naar hun volgende halteplaats aan het lopen zijn. Ik vind dat ze een medaille verdienen…