Vaticaanstad

De week voordat wij naar Italië vertrokken, was dat de enige plek op de Europese weerkaart met een dik wolkendek erboven. Op een gegeven moment keken we maar niet meer naar het weerbericht. Maar eenmaal op de plaats des onheils aangekomen, boffen we echt enorm. Zo begonnen wij vanochtend, na een uitstekende nachtrust, met een ontbijt in de mooie tuin van ons hotel. Een ontbijt waar helemaal niets op af te dingen was en waar we de hele dag op door konden, bleek.

Vervolgens liepen we richting de Tiber, de rivier die door Rome stroomt. Als wij in een plaats komen met een rivier, grachten of wat ons betreft een sloot, maken we graag een rondvaart, als die mogelijkheid er is. In Rome is die er, en dus namen we vandaag al een voorschotje op de cruise die nog gaat komen. Heerlijk om een stad vanaf het water te bekijken, het geeft je letterlijk en figuurlijk een ander perspectief.

Daarna liepen we naar Vaticaanstad. Op de Ponte Sant’Angelo (de engelenbrug) word je continu aangesproken door verkopers van selfie sticks, dansende Mickey Mousen, tassen, hele dure flesjes water en wat al niet. Die negeer ik nooit, maar ik wimpel ze wel netjes af. Je kijkt er dan ook gek van op als je wordt aangesproken door iemand met geen ander doel dan je de snelste weg naar je bestemming te vertellen en extra tips en informatie te geven.

We hadden via internet al kaartjes gekocht voor onze bezichtiging van de Vaticaanse musea en de Sixtijnse Kapel, zodat we daarvoor niet in de lange rij hoefden te gaan staan. Wilden we daarna echter ook nog de Sint Pieter zelf in, dan moesten we alsnog eerst achteraan sluiten, bleek ter plekke. Als we een rondleiding met een gids boekten, konden we echter binnendoor doorlopen van de Sixtijnse kapel naar de Sint Pieter. Twee vliegen in een klap, daar houd ik van. Eerlijk is eerlijk, je hebt toch een beetje angst dat je getild wordt, maar dat bleek gelukkig niet het geval.

Eenmaal binnen, ervoeren wij de overdaad aan kunstwerken en het algehele display van rijkdom als overweldigend. Het was allemaal zo imposant en veel, dat het een beetje gênant was. Wat een machtsvertoon! Hiervoor zijn woorden als pracht, praal en protserig uitgevonden… En voor de Sixtijnse Kapel, waarop Michelangelo ontegenzeggelijk zijn uiterste best gedaan heeft, geldt dat in het kwadraat. Er mochten geen foto’s genomen worden, maar geloof me maar op mijn woord.

Met inmiddels vele kilometers in de benen en dientengevolge korte hoeven, begonnen we richting het centrum te lopen om te eten. We besloten onderweg een nieuwe poging te doen om de bezienswaardigheden te vinden, waar we ’s ochtends tevergeefs naar gezocht hadden (een vuurtorentje, een ruiterstandbeeld van de Italiaanse vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi en eentje van zijn vrouw Anita Garibaldi; een van de weinige ruiterstandbeelden van een vrouw). Nu vonden we ze wel. Ze lagen allemaal op de Gianicolo, een van de zeven heuvelen waarop Rome gebouwd is. De weg hield dan ook maar niet op met omhoog lopen.

Reken maar dat we daarna trek hadden. Om 19.00 kwamen we aan bij het restaurant Tonnarello. Daar stond gistermiddag een rij voor de deur en ons werd toen verteld dat het echt een aanrader was. Toen wij aankwamen was er geen rij, maar toen wij eenmaal zaten, vormde die zich alsnog snel. Het moet gezegd: we hebben er prima en overvloedig gegeten. Maar goed dat de weegschaal thuisgebleven is. Net als gisteren begon het tijdens onze maaltijd flink te regenen, maar het terras was overdekt. En ook onze Franse vrienden van gisteren schoven stomtoevallig weer aan. Mijn talenknobbel raakt er een beetje van in de war. Mijn pogingen tot Italiaans verzanden in semi-Spaans en doordat je ook veel Engels spreekt, kwam mijn Frans ook maar traag op gang.

Hopelijk komt alles, inclusief mijn volle pens, vannacht weer een beetje tot rust 😉

Geef een reactie