Tweede dag op Kangaroo Island ❤️

“Waarom zou je tegen betaling naar zeeleeuwen gaan kijken, als je ze op het strand ernaast gratis kan zien?”, had de autoverhuurder gisteren gezegd, toen hij de highlights van Kangaroo Island met ons doornam. Die redenering konden wij volgen, en dus togen we vanochtend naar Bales Beach Aquatic Reserve. Een mooi strand, maar daar bleken de zeeleeuwen helaas vrijaf te hebben. We gingen dus toch maar een deurtje verder.

In Seal Bay Conservation Park konden we onder begeleiding van een gids het strand op, waar we tot 10 meter van de zeeleeuwen konden komen. De dieren zijn daar zo gewend aan ‘bezoek’ op hun territorium, dat ze zich niets van ons aantrokken. Dat ze zich op die plek erg op hun gemak voelen, blijkt wel uit het feit dat ze 30 jaar geleden (vóór de oprichting van het park) hun jongen 5 km. verderop ter wereld brachten, en tegenwoordig aan de randen van het strand. Omdat hun aartsrivalen – de witte haai en de orka – de bewegingen van de zeeleeuwen nauwgezet volgen, betekent dit wel dat ook die zich er nu vlak aan de kust bevinden. Zwemmen in zee wordt aan dat strand dus afgeraden.

Laat ik de zeeleeuwen trouwens gelijk de credits geven die hen toekomen: ze lijken aartslui op het strand te liggen, maar eigenlijk zijn ze gewoon moe. Ze jagen zo’n 50 tot 100 km. uit de kust op vis en doen dat drie dagen aan een stuk, zonder pauzes of slaap. Vervolgens hebben ze weer drie dagen nodig om hiervan bij te komen, en dat is dus wat ze hier op het strand doen.

Na afloop van ons bezoek hebben we er zo’n typisch Australische outback-hoed gekocht. Die wilde Peet graag hebben… 😎🤥🤭

Op weg naar een eetgelegenheid zagen we een aantal auto’s langs de kant van de weg staan. Dat duidt meestal op een potentieel fotomomentje. In dit geval was in een (eucalyptus)boom aan de straat een koala gespot. Het beestje trok zich niks aan van de wild wegknippende mensen om hem heen en at onverstoorbaar verder. Te gek om ‘koala in het wild’ te kunnen afvinken!

Omdat alle cafés onderweg dicht waren, reden we direct door naar ons hotel Kangaroo Island Wilderness Retreat. Daar checkten we in, lunchten we wat, en bestelde ik een klein biertje. Alleen zijn de maten hier wat anders dan thuis…

Het hotel ligt pal naast Flinders Chase National Park. Alleen het ritje er naartoe is al prachtig! De dame van het Visitor Centre legde uit hoe we via een simpele route de mooiste plekken van het park konden bezoeken. Die bracht ons bij de vuurtoren, Admirals Arch (een grote boog/grot vol stalagtieten, waar de oceaan woest op de kust inbeukt), Weir Cove (waar de vuurtorenwachter en zijn gezin in vroeger tijden eens per 3 maanden(!) bevoorraad werd), en de Remarkable Rocks.

Het is ons tijdens deze reis al eerder opgevallen dat Australiërs een kei zijn in het simpel en duidelijk benoemen van dingen. Hoe noem je de juiste walvis om op te jagen? De Right Whale. Hoe de zee waar koraal in zit? De Coral Sea. En die geweldige weg langs de oceaan? De Great Ocean Road. Een stel opmerkelijk gevormde rotsblokken? De Remarkable Rocks dus…

Facebook-vriend André Spaans tipte ons al om daar te gaan kijken en hij had gelijk. De rotsen zijn 500 miljoen jaar geleden gevormd en worden nu al honderdduizenden jaren blootgesteld aan wind, regen en het zout van de Zuidelijke Oceaan. Dat heeft ze prachtige, langzaam maar zeker veranderende vormen gegeven, die super fotogeniek zijn. Zo aan het eind van de middag was er een prachtig zonlicht en kon ik bijna niet ophouden met knippen. Helaas werd ik daarin onderbroken door een telefoontje van een opdrachtgever over een factuur. Omdat het geld er rap doorheen gaat hier, heb ik maar even opgenomen. Kon ik gelijk doorgeven dat er haast bij was 😅.

De medewerkster van het National Park had ons ook de tip gegeven om rond 18.00 uur de Heritage Walk vanaf het Visitor Centre te doen. Dat is immers de tijd dat veel dieren tevoorschijn komen. Een gouden tip! Vlakbij ons begonnen koala’s naar elkaar te roepen, waardoor we ze goed konden zien zitten, en even verderop liepen we door een veld met tientallen kangoeroes en wallaby’s, die onverstoorbaar bleven eten. Ze hielden ons overigens wel nauwlettend in de gaten.
We waren zo verrukt over al dat moois, dat ik ter plekke de receptie van ons hotel belde, om te vragen of we een half uur later dan afgesproken aan het diner mochten verschijnen. “No worries”, was het typerende antwoord.

Voordelen van een hotel middenin een wildpark zijn trouwens: er zitten koala’s op de parkeerplaats en de wallaby’s en possums eten vlak voor je kamer. Nadelen zijn dat er alleen (zwakke) wifi is bij de receptie, en dat meerdere keren op een avond zo maar voor een paar minuten alle stroom kan uitvallen. Wij vonden de voordelen ruimschoots tegen de nadelen opwegen!

Geef een reactie