Tien albums

Ik kreeg zo’n ‘challenge’ in mijn mik waar je totaal niet op zit te wachten, die erg ongelegen kwam, maar ook te leuk was om niet aan te gaan: ‘noem tien albums die destijds indruk op je maakten en die je nog steeds weleens draait’. Zucht… Nou vooruit, maar dan wel in chronologisch volgorde!

1: Robert Long – Homo Sapiens (1980)

Een van mijn eerste muzikale herinneringen is de muziek die we onderweg naar vakantiebestemmingen in de auto draaiden. Op cassettebandjes, uiteraard. Zo kan ik me een bandje herinneren met carnavalskrakers als ‘Als Het Gras Twee Kontjes Hoog Is’ (don’t ask, ik heb geen flauw idee waarom) en een bandje met op kant A André van Duin (Willempie en consorten) en op kant B Corry van Gorp (Zo Slank Zijn Als Je Dochter, anyone?).

Ook was speciaal voor onderweg een aantal LP’s overgenomen op cassette. Een nog altijd prachtige verzameling Ray Charles-nummers (ik weet nog precies wáár in I Can’t Stop Loving You de LP oversloeg) en de dubbel-LP Love Me Tender, met countryballads. Honderdduizend keer gehoord toen ik nog geen Engels ‘kon’, met als gevolg dat ik bij gelegenheid nog altijd op klank meezing met het monumentale King Of The Road van Roger Miller, zonder enig idee van de juiste tekst.

Al deze voorbeelden voldoen, het zal je misschien verbazen, niet aan het criterium ‘…die je nog steeds weleens draait’. Dat geldt wel voor het repertoire van Robert Long. Die schroomde niet tegen heilige huisjes (letterlijk) te schoppen en stond nog redelijk alleen in zijn strijd voor homo-emancipatie. Verdomd moeilijk kiezen uit zijn vroege werk, en ik draai ze nog allemaal weleens, maar ik denk dat Homo Sapiens mijn favoriet is. Met klassiekers als het titelstuk, Dankbaar en De Letter “K”. Als ik een nummer in mijn hoofd heb dat er maar niet uit wil, denk ik altijd aan de saxofoonpartij uit De Letter “K”. Die overstemt alles! #tipjemijnerzijds

Niet op Spotify overigens, en dat is echt wel een enorm gemis…

2: Donald Fagen – The Nightfly (1982)

Zo sophisticated als ‘sophisticated pop’ kan zijn. Ik ben een fan van zowel Fagens werk met Steely Dan als zijn soloalbums, maar The Nightfly vind ik zijn meesterwerk. Zó goed opgenomen, dat het album ruim 35 jaar na dato nog steeds wordt gebruikt om high-end geluidsinstallaties in te regelen. Uitgebracht rond de tijd dat ik langzaam een liefde voor radio begon te ontwikkelen, eerst als luisteraar en later als wannabe radiomaker. Misschien was dat een van de redenen dat het verhaal van de nacht-dj (The Nightfly) me aansprak, hoewel ik me niet kan voorstellen dat ik toen al naar teksten luisterde. Dat doe ik namelijk nog steeds niet (in elk geval niet in eerste instantie).

Ik herinner me van dit album dat ik een verknipte versie van Green Flower Street als achtergrondmuziekje voorbij hoorde komen bij Martijn Krabbé op de TROS-donderdag, waar ik hem om een of andere reden niet verwachtte. Zelf bestond ik het beginjaren ‘90 om de schaar te zetten in het titelstuk van het album, t.b.v. een promo voor Unique FM in Malden, waar ik toen radio maakte.

3: ABC – The Lexicon Of Love (1982)

Wie mij al langer volgt, voelde deze wellicht al aankomen. Ik had als 13-jarig Wernertje natuurlijk nog geen flauw benul van wat ‘productie’ en ‘arrangeren’ is, maar ik weet nog heel goed dat ik dit fantastisch vond klinken en bij elke luisterbeurt weer nieuwe details hoorde. Wat een rijkdom aan instrumentatie en ‘dingetjes’, die ik toen nog niet kon benoemen. Dankzij dit album ben ik Trevor Horn en Anne Dudley (die dit werkje in elkaar staken) altijd blijven volgen en bewonderen.

De single The Look Of Love vond ik zo iets magisch hebben, dat ik besloot er alle versies van te sparen. En er kwamen er nogal wat.

Ik heb alle cd’s van ABC, zelfs dat malle house-album Up. Én The Lexicon Of Love II, dat helemaal niet tegenviel. Toen ze de afgelopen jaren weer een paar keer optraden in Nederland, was ik erbij. Mooi man!

4: Janet Jackson – Control (1986)

Geen ‘tien albums die destijds indruk op je maakten en die je nog steeds weleens draait’ zonder guilty pleasure. En dan ook nog eentje waar een ontboezeming bij hoort…

Er zijn maar twee dames geweest die ooit in posterformaat op Werners kamertje gehangen hebben: Kim Wilde en Janet Jackson. There, I said it!

Nu dat uit de weg is, kunnen we het weer gewoon over muziek hebben. Ik heb in deze serie al heel wat credible top 10’s voorbij zien komen, maar ik blijf liever wat dichter bij mezelf. Zoals ik gisteren al schreef, ben ik een sucker voor goede productie. En voor goede liedjes. Nou, dan zit je bij Control van Janet Jackson helemaal goed! Ben Liebrand heeft van bijna elk van die nummers legendarische Minimixen gemaakt, maar de door Jimmy Jam & Jerry Lewis geproduceerde originelen waren al ijzersterk. Niet voor niets kwamen zeven van de negen nummers op single uit.

Single nummer 6, The Pleasure Principle, was op 14 juni 1987 de allereerste Remschijf (zeg maar mijn Megahit) in mijn allereerste radioprogramma De SensatieGeneratie. Vorig jaar schreef ik nog wat herinneringen n.a.v. de 30e ‘verjaardag’. De posters verdwenen van de kast, maar Janets muziek ben ik altijd blijven waarderen en draaien.

Twee jaar geleden zou ze naar Nederland komen en daar was ik graag bij geweest. Helaas ging de Europese toer toen niet door ‘wegens onvoorziene problemen in het tourschema’. Haar zwangerschap was blijkbaar een ‘onvoorzien probleem’ . Nu de tour in de VS inmiddels hervat is, hoop ik dat Nederland ook weer in beeld komt.

5: Sting – Bring On The Night (Live) (1986)

Ik heb een gek autistisch dingetje met muziek: thuis luister ik graag naar studioversies en live-versies hoor ik het liefst… live. Ik heb dan ook niet zoveel live-albums in huis, maar dit is wat mij betreft de aller-, allerbeste. Niet alleen door het repertoire, maar ook en vooral door de weergaloze band. Omar Hakim (drums), Darryl Jones (bas), Kenny Kirkland (toetsen), Branford Marsalis (sax)… hallo!

Het album werd op drie plaatsen opgenomen: in Parijs, Rome en Arnhem. Misschien is het feit dat het publiek in die verschillende zalen anders klonk er de reden van dat dit verder briljante album een onhebbelijkheidje heeft: de nummers lopen niet in elkaar door. Elk liedje eindigt met een fade-out in het applaus. Weg livegevoel! Je begrijpt dat ik voor mezelf een versie gemaakt heb, waarbij het applaus wel doorloopt.

Het album begint al gelijk met Bring On The Night/When The World Is Running Down You Make The Best Of What’s Still Around. Met bijna 12 minuten het langste nummer (en met de langste titel ook) dat ik ooit op de radio gedraaid heb. En ik ben een sucker for edits, zoals je misschien weet…

6: Deacon Blue – Raintown (1987)

Op de middelbare school was ik door mijn toenmalige vrienden in aanraking gekomen met ‘sophisticated pop’. Bands als Aztec Camera, Prefab Sprout en The Blow Monkeys. Die muziek, en de drang om die bij meer mensen onder de aandacht te brengen, was er de reden van dat ik in 1987 besloot serieus werk te gaan maken van een radiocarrière. Ik reageerde op de wervingsadvertentie van de op te richten lokale omroep Radio Ridderkerk en kon daar in juni van dat jaar beginnen. Samen met Claudia Vaessen ging ik er het jongerenprogramma De SensatieGeneratie maken.

Vlak daarvoor bracht Deacon Blue, de Schotse band rond Ricky Ross en Lorraine MacIntosh, zijn debuutalbum Raintown uit. Dat was liefde op het eerste gehoor. Ik pikte de eerste single Dignity direct op in mijn eerste uitzending en sindsdien ben ik ze altijd blijven volgen. Hun recentste single Gone was de toepasselijke afsluiter van mijn allerlaatste radioprogramma, eind 2016. Full circle…

7: The KLF – The White Room (1991) + The Hits 1988-1997

Acid en trance waren, zeg maar, nooit zo mijn ding. Totdat ik in 1990 in aanraking kwam met The KLF. Ik was toen net begonnen met draaien op Unique FM in Malden, waarvan de voorzitter op ‘zijn’ zender alles best vond, behalve ‘house en harde rap’. Ik heb hem dus regelmatig aan de lijn gehad tijdens mijn programma’s als ik What Time Is Love?, 3 A.M. Eternal of – de beste van allemaal – Last Train To Trancentral van The KLF had opgezet.

Al die nummers stonden op het album The White Room, maar weken daar nogal af van de hitversies. Daarom heb ik me de vrijheid gepermitteerd om het album een paar jaar later aan te vullen met de singles die The KLF in de loop der tijd (ook als The Timelords, The Justified Ancients Of Mu Mu en 2K) had uitgebracht. En juist dat gedeelte van het album, die ‘Best Of’ die nooit officieel is uitgekomen, knalt hier nog regelmatig door de kamer.

8: Frente! – Marvin The Album (1992)

Deze Australische band zag ik op 1 december 1993 in het voorprogramma van Crowded House in Utrecht. Althans, ik hoorde ze, want wij stonden bij de garderobe en dat duurde nogal lang. Voordat ik de zaal in kwam, was het optreden al afgelopen en bleven wij achter met de vraag: ‘wie waren dit?’ Ze hadden hun naam niet genoemd, die stond niet op de posters, ik had er niet aan gedacht om het aan iemand te vragen en er was nog geen internet…

Een paar dagen later kwam ik er via een recensie achter dat het Frente! geweest was. En toen herinnerde ik me dat ik in mijn favoriete platenzaak, Kroese Arnhem-Nijmegen, al maandenlang langs een beduimeld geel cd’tje van Frente! kwam. Omdat ik nogal veel artiesten leuk vind waarvan de naam begint met een F, bladerde ik standaard die bak door, en dat gele kartonnen hoesje kwam ik al heel lang tegen. Dat klopte ook, want die EP Whirled stamde al uit 1991. Op die EP stond het übervrolijke Labour Of Love (inclusief neusfluitsolo), dat ik toen direct in mijn radioprogramma ben gaan draaien. Maanden later kwam dat nummer om onverklaarbare redenen alsnog op single uit.

Ik bestelde bij Kroese de cd Marvin The Album van Frente! Die was in Australië al uit en verscheen in 1994 pas daarbuiten. De internationale versie bevatte als bonus hun lieve akoestische versie van New Order’s Bizarre Love Triangle, die later ook op single werd uitgebracht.

9: Band De Soleil – Redemption Dream (1995)

In 1995 kwamen een paar vrienden en ik in aanraking met de muziek van Band De Soleil, een Amerikaanse band rond zangeres Michelle Malone, die een geweldige, Janis Joplin-/Sass Jordan-achtige stem had (en nog steeds heeft). Wij vonden dat dit in Nederland gehoord moest worden, maar de band had hier geen vertegenwoordiging. En dus besloten we zelf een label op te richten. Dat noemden we oorspronkelijk ProTone, wat ons een herderlijk schrijven opleverde van de advocaat van de Rolling Stones, die hun eigen Promotone-label hadden (wisten wij veel), inclusief het klankrecht op die naam (en alles wat daarop leek). Ons label ging dus RockRose Records heten.

Destijds kon je met veel enthousiasme/brutaliteit en de telefoonnummers van de juiste Amerikaanse managers en advocaten een heel eind komen, want we kregen het voor elkaar het album Redemption Dream van Band De Soleil in Nederland te mogen uitbrengen. En dat niet alleen: ‘onze’ release had ook vier exclusieve live bonustracks, waaronder eentje met The Indigo Girls (uit die hoek kwam de band ook) en een cover van Neil Youngs Cortez The Killer. Man, wat waren we trots!

We zochten een distributeur in Nederland en vonden That’s Entertainment. Samen zouden hier wel eens wat potten gaan breken. Alleen waren we vergeten een barcode op het artwork te zetten, en het ontbreken daarvan maakte het werk van alle betrokkenen (zeker distributeur en winkeliers) er niet makkelijker op. Ik moest net zelfs even goed zoeken naar een bestelnummer, maar dat trof ik (alleen) op de cd-opdruk aan: RR190052. Ook dat had handiger gekund…

Kortom: dit project ging aan goede bedoelingen ten onder, maar toen ik zojuist de cd nog eens opzette, bekropen me toch weer gevoelens van trots en van gemiste kans. Een heerlijk bluesrockalbum, waarvan het oh zo jammer is dat waarschijnlijk alleen mijn twee kompanen en ik het in de kast hebben staan…

Nieuwsgierig? De Amerikaanse versie van de cd (dus zonder onze bonustracks) staat hier op Spotify:

10: Rich Wyman – Where We Stand (1999)

Eindjaren ’90 maakte ik op vrijdagavond mijn programma ArtyShock bij Radio Nijmegen. Daarna reed ik snel op mijn fiets naar het café in de stad, van waaruit het liveprogramma Soundcheck werd uitgezonden. Dat werd gepresenteerd door Remko Peters, die ook de eigenaar was van New Road Studios in Wijchen.

Op een gegeven moment liet Remko me demo’s horen van een Amerikaanse zanger/pianist, waar hij een Nederlandse band omheen had samengesteld, waarmee hij in zijn studio een album op ging nemen. Ik was gelijk onder de indruk van de strot en het energieke pianospel van deze Rich Wyman en werd gaandeweg regelmatig door Remko gevraagd om input als er weer een nummer was opgenomen en in een later stadium bij het ‘in de markt zetten’ van het album. Dat was een van de eerste projecten van producer Gordon Groothedde (inmiddels een van de topproducers van Nederland), die er een meesterwerk van heeft gemaakt.

Ik maakte destijds al wel vaker radio-edits, maar niet eerder had ik daarvoor de beschikking over alle opgenomen sporen. Het was te gek om samen met Jules Peters drie van mijn favoriete nummers van het album ‘netjes’ te kunnen inkorten i.p.v. alleen hard de schaar te hanteren. In het geval van Little Things konden we op deze manier zelfs een hele nieuwe opbouw binnen het nummer maken. Ik geloof dat Gordon het me nooit helemaal vergeven heeft en dat snap ik vanuit zijn positie ook wel, maar het was een geweldige ervaring!

Geef een reactie