Poezen zijn natuurlijk eigenlijk geen boerderijdieren, maar het zijn wel mijn lievelingen (dat weet ik goed verborgen te houden hè ).
Toch heb ik ook absoluut een zwak voor koeien, hoewel die in elegantie en aanhankelijkheid aan de andere kant van het dierenspectrum zitten. Maar toch…
Ik hou van de natuur en het boerenleven. Maar beide hebben wel een zwarte kant: de dood.
Het is vreselijk om in Nederland het bericht te krijgen dat in Frankrijk een poes is doodgereden of, misschien nog erger: spoorloos verdwenen. Maar het allerergste maakte ik gisteravond mee, en dat is een poes zien doodgaan. Ik had eergisteren al gezien dat het niet goed ging met Chapeau, maar mijn bezoek aan de hangar van gisteravond was een grote shock. Chapeau kon nauwelijks meer lopen, viel steeds om (bij voorkeur in plassen water) en bleef dan op zijn zij liggen. Ik heb hem elke keer opgepakt (wat hij voorheen nooit zou hebben toegestaan), op stro gelegd, drooggewreven en met stro toegedekt om warm te blijven. Ik aaide hem en praatte tegen hem, maar hij bleef maar opkrabbelen, wankele pasjes zetten en weer omvallen. Zijn wilskracht was bewonderenswaardig, maar vooral heel onhandig. Je moet zo’n dier eigenlijk uit zijn lijden verlossen, maar dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Toen hij eindelijk langere tijd bleef liggen, ben ik met een bezwaard gevoel toch maar weggegaan.
Hier op het Franse platteland vind je overal mobiele wasstraten: in de stal, de poezenhangar en de wei. Ik word altijd heel zen als ik daarnaar kijk (of het onderga…)
Van alle heerlijke kazen die in Frankrijk geproduceerd worden, is de camembert een van mijn favorieten. ‘Het witte goud van Normandië’ wordt hij ook wel genoemd, en omdat we toch in die streek zijn, bezochten we vandaag de plaats van herkomst: Camembert.
Het verhaal achter deze kaas is bijzonder. In 1790, tijdens de Franse Revolutie, vluchtten veel geestelijken naar Normandië, waar de gelovige bevolking hen onderdak bood. Zo ook boerin Marie Harel uit Camembert. Zij liet een benedictijn onderduiken in een geheime ruimte achter haar haard. Als dank gaf hij haar het eeuwenlang door de monniken bewaarde recept voor een zachte kaas. Maar het was Marie’s dochter die de commerciële potentie inzag. Zij begon, in eerste instantie op de markt, een florerend bedrijf. Haar kleinzoon Victor Paynel werd later zelfs hofleverancier van Napoleon III. Om aan de vraag te kunnen voldoen, opende hij een filiaal in Parijs.
De échte doorbraak kwam echter in de Eerste Wereldoorlog. Toen schonken de Normandische camembertproducenten meer dan 1 miljoen kaasjes aan de soldaten aan het front. Zo groeide de camembert uit tot een nationaal symbool.
Bij een kalfje dat bij zijn moeder drinkt, denk je natuurlijk aan zo’n lief klein beestje dat zachtjes sabbelend de melkproductie stimuleert.
Niet onterecht.
Maar er zijn ook de al wat oudere jongeren, die er iets andere methoden op nahouden. Ik kreeg plaatsvervangend pijn op intieme plekken bij het zien van dit tafereel. De moeder leek er echter nogal stoïcijns onder…
Omdat we morgen weer op doorreis gaan, heb ik vandaag nog een paar daglichtopnamen gemaakt van mijn schatjes. Ik vind ze onweerstaanbaar en zou het liefst de hele dag in de hangar zijn. Het zijn echt mijn mascottes.
Vanaf linksboven met de klok mee: Ophélie, Avon, Razmoket en Prado
Chounette was er niet vanmiddag, die is overdag meestal ‘buitenshuis’. Dan claimt ze de hangar onderaan de heuvel of is op muizenjacht. Of ze combineert die twee .
Titine
Maar de dieren waar het op de boerderij écht om gaat (voor de boer althans ) zijn natuurlijk de koeien. De melkkoeien waren hier bijna altijd zwartbont, maar tegenwoordig houdt Philippe mooie koeien van het ras Blonde d’Aquitaine. Toch heeft hij ook altijd één of twee roodbonte koeien gehad, die hij als zijn mascottes beschouwt. Die noemen we altijd Titine. Vrouwelijke kalfjes heten Tinette en mannetjes Tinou. Op de foto hierboven de huidige Titine. Ook een lieverd, maar op een iets bonkigere manier . Ze heeft ook een zoon (Tinou dus), maar die is nogal schuchter en verstopt zich graag achter zijn vriendjes. Half december een nieuwe poging tot foto…
Op de boerderij waar ik de melk (voor de poezen ) haal, een dorp verderop, zit ook een schatje van een katje. Eerder dit jaar geboren met twee kleuren ogen, en anders dan ik verwacht had, blijft dat zo. Om op te vreten, vindt ook kalf 1482. Deze zes foto’s achter elkaar lezen als een beeldverhaal, vind ik….
Als ik op de boerderij in Romagne-sous-Montfaucon ben, hou ik van alle dieren. Maar er zijn altijd ‘lievelings’ bij natuurlijk. Dat was vroeger al zo. In het najaar van 1980 werd bijvoorbeeld het stiertje Tinou geboren. We waren dikke vrienden en hij herkende me ook echt.
In een brief die ‘boerin’ Claudine me in maart 1984 stuurde, schreef ze dat Tinou verkocht was. Aan de slager… . Dat leverde in huize Schlosser wel even een kletsnatte huilbui op bij het 14-jarige Wernertje, maar ook dat is het leven op de boerderij.
Zojuist vond ik een brief terug van 18 mei 1984, waar Claudine een foto bijgedaan had van mijn boerenvriend Philippe en Tinou. 40 jaar geleden, maar ik werd er opnieuw een beetje vochtig van…