Ik hou van de natuur en het boerenleven. Maar beide hebben wel een zwarte kant: de dood.
Het is vreselijk om in Nederland het bericht te krijgen dat in Frankrijk een poes is doodgereden of, misschien nog erger: spoorloos verdwenen. Maar het allerergste maakte ik gisteravond mee, en dat is een poes zien doodgaan. Ik had eergisteren al gezien dat het niet goed ging met Chapeau, maar mijn bezoek aan de hangar van gisteravond was een grote shock. Chapeau kon nauwelijks meer lopen, viel steeds om (bij voorkeur in plassen water) en bleef dan op zijn zij liggen. Ik heb hem elke keer opgepakt (wat hij voorheen nooit zou hebben toegestaan), op stro gelegd, drooggewreven en met stro toegedekt om warm te blijven. Ik aaide hem en praatte tegen hem, maar hij bleef maar opkrabbelen, wankele pasjes zetten en weer omvallen. Zijn wilskracht was bewonderenswaardig, maar vooral heel onhandig. Je moet zo’n dier eigenlijk uit zijn lijden verlossen, maar dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Toen hij eindelijk langere tijd bleef liggen, ben ik met een bezwaard gevoel toch maar weggegaan.



