Vanwege het jaarlijkse vallendesterrenspektakel hebben Peet en ik het afgelopen uur in onze achtertuin in Romagne-sous-Montfaucon naar de sterrenhemel liggen staren. Turen in het oneindige niets, naar lichtjes die misschien al een miljoen jaar geleden zijn uitgegaan. Ik vind dat altijd iets magisch.
De lucht was zo helder, dat je met het blote oog nevels kon zien hangen, en natuurlijk honderdmiljoenmiljard sterren. Het menselijk oog is zoveel scherper dan een camera (laat staan van een telefoon). Daarom ben ik behoorlijk onder de indruk van deze foto die ik mijn Samsung S22 maakte (nee, dat zijn geen stofjes op je scherm). Misschien moet je er even op klikken om het beter te kunnen zien. Wel jammer dat er niet net even op dat moment een ster viel.
Toch hebben we tientallen vallende sterren gezien. Sommige duidelijk en relatief langdurend, andere zo kort dat het ook een reflectie in mijn brillenglazen had kunnen zijn. En de meeste vielen natuurlijk in een ooghoek, en waren alweer verdwenen voordat je je hoofd had kunnen draaien.
“Zullen er er nog eentje doen?”
“Nou vooruit, nog drie en dan gaan we naar bed.”
“Nog één laatste dan?”
Al met al waren de perseïden ons gunstig gezind. Volgend jaar weer!