Slotoverwegingen Sardinië

Ik neem aan dat iedereen wel zijn favoriete vakantielanden heeft. Wij komen vaak in Frankrijk en Spanje en mogen graag langweekends in Londen bivakkeren. Al moet gezegd dat onze mooiste vakantie in Thailand was, en Australië hoog op het verlanglijstje staat…

In Italië was ik nog nooit geweest, tot de afgelopen twee weken. Hoewel ik denk dat Sardinië niet te vergelijken is met de rest van Italië. Het is een (groot) eiland, wat zijn eigen (on)afhankelijkheden met zich meebrengt. Zo spreken de mensen er een taal (of dialect zo je wilt), waar ook Italianen geen touw aan kunnen vastknopen. Toch vind ik het, als ik ergens voor het eerst ben, leuk om wat observaties te doen, met name over de bevolking van zo’n plaats. Of die één op één op de Italianen uit de ‘laars’ van toepassing zijn, weet ik niet en maakt ook niet zoveel uit. Het zijn in elk geval wat ‘vaststellingen’, die je een indruk geven van wat je o.a. te wachten staat, als je overweegt naar Sardinië te gaan. Natuurlijk geen compleet verhaal (ik ga mijn eerder gedane observaties hier niet herhalen) en ook niet geheel ongekleurd (want bekeken door mijn bril), laat staan een ‘handleiding’. Gewoon wat dingen die me opvielen…

Voordat je het verkeer ingaat, moet je een paar dingen weten: het populairste stuk asfalt is de binnenbocht. Strepen op weg zijn slechts een vorm van gesubsidieerde abstracte street art en voor de weggebruikers optioneel. Auto’s zijn wel uitgerust met richtingaanwijzers, maar die lijken er voor de sier op te zitten.

Zoals elk land heeft ook Italië/Sardinië binnen een verzameling internationaal afgesproken verkeersregels een aantal afwijkende situaties. Iets wat ik nog niet eerder zag, zijn haakse afslagen op snelwegen. Omdat je die niet met 110 km/h kunt nemen, mag ook het overige verkeer in de buurt van zo’n afslag maar 50 km/h. Officieel, althans. Want in zijn algemeenheid geldt hier, dat de aangegeven snelheden lijken te betekenen: je mag die snelheid aanhouden, of veelvouden ervan.

Ook in het langzame verkeer viel me iets op: de totale afwezigheid van gêne bij het voeren van telefoongesprekken. Italianen/Sardijnen houden de telefoon niet aan hun oor, maar zetten het gesprek op de speaker en praten, hun mobieltje horizontaal voor hun mond houdend, van een afstandje in de microfoon. Zo zijn beide kanten van de lijn luid en duidelijk voor iedereen verstaanbaar. Omdat dit zo’n wijd verbreid gebruik is (jong en oud doen het), neem ik aan dat de gesprekspartners aan de andere kant zich hiervan bewust zijn, al leidt dit er niet toe dat ze zich inhouden. Vermakelijk.

Oh ja, slechts op één plek bellen de Italianen/Sardijnen niet handsfree: in de auto. Daar, in alle beslotenheid, wordt wel met de telefoon aan het oor (en dus in de hand) getelefoneerd. Coolness heeft blijkbaar zijn grenzen. Hoewel ik er deze vakantie achter kwam dat ‘hipster’ een Italiaans woord moet zijn. De baardjes vulden de horizon.

Nog een andere openbare gewoonte is roken. Zoals ook in landen als Spanje en Frankrijk het geval is: iedereen lijkt er te roken. Liefst ook tijdens of na het eten. Ook op een terras. Dat mag uiteraard, technisch gezien, maar ik vind het niet fris. In Nederland zijn we daarin in elk geval veel verder.

Daarover gesproken: op Sardinië konden wij op veel plekken alleen contant betalen. Een first world problem, uiteraard, maar je merkt dan wel het gemak van zo’n pasje. En de vanzelfsprekendheid ervan. Omdat we meestal vergaten er vooraf naar te vragen, moesten we verschillende keren toch eerst even geld gaan pinnen, voordat we konden afrekenen. Dat was geen enkel probleem overigens; we konden zonder inlevering van persoonlijke bezittingen op ons gemak die bank gaan (be)zoeken en men zag ons wel terugkomen als we daar klaar waren. In zijn algemeenheid hebben wij de Sardijnen als heel vriendelijk en behulpzaam ervaren. Een verademing vergeleken met sommige andere vakantiebestemmingen.

Tot slot: over smaak valt niet te twisten, maar Italianen/Sardijnen zijn daar wel van. Van smaak. Vooral van zout en zoet. Die smaken tref je daar meer in het eten aan dan hier tegenwoordig. Gelukkig maar, want ik ben daar zelf ook nogal van. Van smaak. Ik proef graag iets als ik eet.

Daarover gesproken: ik heb op Sardinië espresso leren drinken. Dat had al veel eerder gekund, maar door een volstrekte misvatting mijnerzijds was het daar nog niet van gekomen. Ik was namelijk in de veronderstelling dat espresso ongelofelijk sterke koffie is. Nou, dat is ook zo. Maar als je in zo’n ieniemienie kopje espresso de normale hoeveelheid suiker doet (een klontje of een zakje), dan is het echt heel erg lekker. Ik ben fan! En dat geldt, behalve voor espresso, sinds de afgelopen twee weken voor heel Sardinië. We’ll be back…

Geef een reactie