Altijd als Peet en ik de buurt van Beaune (in de Bourgondië-streek) zijn, realiseren we ons dat wij uitstekende Bourgondiërs zouden zijn. De Bourgondische inslag hebben we in elk geval al
. Toch komt ook dit tripje ten einde en rijden we vandaag terug onze vaste thuisbasis Romagne-sous-Montfaucon. Maar niet zonder nog een paar tussenstops…
Om te beginnen reden we naar Châteauneuf en Auxois, waar – uiteraard – een kasteel ligt. Geen nieuw kasteel overigens, maar juist een oud. De eerste onderdelen van dit Châteauneuf verrezen al in de 12e eeuw en in de 15e eeuw breidde Philippe Pot het verder uit. Een belangrijke herinrichting volgde in de 17e eeuw, en ook op dit moment wordt volop gerestaureerd. Het viel ons de afgelopen weken sowieso op dat veel monumenten worden gerestaureerd, en mooi ook. De Fransen, die hun cultureel erfgoed vroeger vaak verwaarloosden, lijken hun leven gelukkig te verbeteren.
Terwijl we vanuit het kasteel door het prachtige middeleeuwse dorpje heen naar het kerkje liepen, kwam een dreigende wolkenlucht dichterbij. Net zo donker als de schilderingen in het kerkje, waarvan het nauwelijks te geloven is dat die al vele eeuwen oud zijn.
Daarna reden we door naar Commarin, want daar staat… een kasteel. Château de Commarin is uniek omdat het nog nooit verkocht is en al 900 jaar in bezit is van dezelfde familie, die er ook nog steeds woont. Het kasteel ziet er dan ook goed uit en is te bezoeken. Het gedeelte waarin de familie in de 18e eeuw woonde, is nog helemaal ingericht zoals toen. De wandbekleding, bestaand uit opgespannen stof, is nog van verbazende kwaliteit, en ik had moeite Peet uit de bibliotheek te houden. Ook hier zijn de kleurrijke schilderingen in de inpandige kapel verbluffend goed bewaard gebleven.
Maar het grappigste vond ik het varken, dat bij het kasteel hoort en lustig (en luidruchtig) de tuin begraast. Het is een hangbuikzwijn, óf het dier is hoogzwanger. Schuw is het echter niet, en het liet zich gewillig fotograferen. Je kent de wetmatigheid ‘Werner + dier = foto’ (ook wel de Wet van Werner), dus voilà…
