Jumbo jaagt op meer marge

Hallo Jumbo! Lekker je leveranciers uitknijpen onder het motto ‘fijn voor onze klanten’? Terwijl iedereen weet dat het niet gaat om lagere verkoopprijzen, maar om betere marges. Gevolg is, dat deze leverancier (in dit geval Danio) vervolgens weer zijn leveranciers (de zuivelboeren) een extra poot zal uitdraaien. Want de geschiedenis leert, dat prijsvoordeel nooit terechtkomt bij de grondstofproducent of de eindgebruiker, maar altijd bij de lagen ertussen. Daarom proberen wij zoveel mogelijk rechtstreeks te kopen (wat natuurlijk maar in een klein aantal gevallen lukt).

Wij, de consument, zullen moeten leren dat we voor elk product een redelijke, realistische prijs moeten betalen. En een redelijke, realistische prijs is er wat mij betreft eentje waar ook de grondstofproducent onder de streep iets aan overhoudt. Sterker: het zou fair zijn als die producent weer zelf zou kunnen bepalen hoeveel hij realistischerwijs voor zijn grondstoffen zou moeten krijgen, i.p.v. dat afnemers bepalen wat ze voor die producten willen betalen.

IJsselstem

Uiteraard zojuist even gaan stemmen. Voor het eerst in IJsselstein. Voor het eerst ook dat ik geconfronteerd werd met het feit dat dit wel een iets kleinere stad is dan ik voorheen gewend was. Hier neemt een veel beperkter aantal partijen aan de verkiezingen deel. ‘Mijn’ partij doet dat bijvoorbeeld niet, maar een aantal andere partijen gelukkig ook niet 😉. Ook is er voor IJsselstein geen stemwijzer.

Gisteravond dus maar even alle verkiezingsprogramma’s gelezen. Eigenlijk had ik lokaal willen stemmen, maar ik had het idee dat de enige lokale partij met ‘voor IJsselsteiners’ vooral bedoelde ‘voor autochtone IJsselsteiners’. Een stem op LDIJ had ik dus een beetje hypocriet gevonden, want wij zijn immers ook ‘import’ en wonen hier nog maar net een jaar. We voelen ons hier al wel volledig thuis, maar ik weet niet of dat voor de LDIJ voldoende is.

Uiteindelijk dus toch maar een andere keuze gemaakt, en nu gaan we maar eens in de gaten houden of die de komende jaren op de juiste (of in elk geval door mij gewenste) manier met mijn stem omgaan 😉

QR-code toch nog ontvangen

Herinner je je nog die QR-code die om privacy-redenen ab-so-luut niet gemaild ging worden? Die zat vanochtend in mijn digitale postvak. Met deze begeleidende tekst:

‘U heeft contact gehad met de backoffice van de GGD omdat u geen vaccinatie-, test- of herstelbewijs kon genereren via de CoronaCheck-app. Omdat u zo spoedig mogelijk een vaccinatiebewijs/testbewijs nodig heeft, hebben wij dit voor u aangemaakt’.

Kortom: een totaal andere toonzetting dan die van de millennial die mij telefonisch afbekte met teksten als ‘u moet me wel laten uitpraten’ en ‘blijkbaar luistert u niet naar me’.

Het vaccinatieregistratiesysteem is verre van perfect, maar ik ben blij om te merken dat er ook begripvolle, behulpzame en empathische mensen bij betrokken zijn.

Ik wens alle anderen die in hetzelfde schuitje zitten ook deze medewerker toe!

Brandgevaar op Kangaroo Island

Het gecontroleerd platbranden van stukken bos en landbouwgrond is een standaardprocedure in Australië, om een aantal redenen: het vuur doodt onkruid en ongedierte, de as fungeert als compost en bevordert de vruchtbaarheid van de grond, en veel bomen en gewassen (waaronder eucalyptusbomen en bepaalde soorten orchideeën) hebben het vuur zelfs nodig om zich te kunnen voortplanten.

Ongecontroleerde branden daarentegen vormen een gevaar voor mens en dier, en verwoesten elk jaar enorme gebieden, huizen en andere bezittingen. Sinds wij hier zijn, zijn er al verschillende grote bosbranden geweest, ontstaan door onoplettendheid of door opzet.

Overal hier op Kangaroo Island – en ook elders in Australië – wordt voor de gevaren gewaarschuwd. Overal plekken zijn aangewezen waar mensen zich in geval van een uitbraak moeten melden. Dan kunnen de hulptroepen hun inzet op die verzamelplekken richten, i.p.v. in alle individuele huizen op zoek te moeten naar overlevenden.

Best confronterend om overal dit soort borden tegen te komen, maar ik hoop vooral dat het de waakzaamheid van de mensen hier bevordert.

Slechts twee seizoenen

We zijn in Nederland natuurlijk gewend aan een 4-seizoenensysteem, met heerlijke lentes, fijne zomers (tot voor twee jaar althans), deprimerende herfsten en ellendige winters. In de regio waar wij nu zijn, Noord-Queensland, is dat anders. De enige seizoenen die ze hier kennen, zijn het natte seizoen (november tot april) en het droge. Hier is het het hele jaar zomer, met temperaturen tussen de 22 en 32 graden. De laagst gemeten temperatuur in Cairns ooit is 19 graden. De gevoelstemperatuur is, door het tropische klimaat, overigens flink hoger.

Toen we gisteren aan onze buschauffeur Greg vroegen waar hij het liefst met vakantie ging, was zijn antwoord: overal waar het kouder is dan hier.

Ik bedoel maar: het gras lijkt bij de (verre) buren altijd groener dan thuis, maar hoewel wij ons momenteel kostelijk vermaken in dit klimaat, denk ik dat ik uiteindelijk niet zou willen ruilen.

Wij krijgen hier via weer-apps en berichten van het thuisfront het nodige mee van het weer in Nederland en jullie ‘koudste 6 oktober ooit’, maar toch zou ik willen zeggen: count your blessings.

Terwijl jullie dat doen, gaan wij nog even lunchen aan het strand…

Glans & Roest uit WO1 in Huis Doorn

Het was een mooie dag, afgelopen vrijdag. Toen werd de tentoonstelling ‘Glans & roest uit WOI, sporen van keizer en soldaat’ feestelijk geopend. Een paar jaar geleden zijn Peet en ik al eens naar de pracht en praal van Keizer Wilhelm II in Museum Huis Doorn gaan kijken en ook de collectie van museum Romagne 14-18 kennen wij, als vaste bezoekers, van binnen en van buiten. Maar juist het feit dat de items in Glans & Roest naast elkaar gepresenteerd worden, geeft de contrasten – en de waanzin van oorlog – zo goed weer.

Maar ook de ambiance doet heel veel. Het museum in Romagne-sous-Montfaucon is gevestigd in een oude schuur en heeft door het beperkte licht een hele eigen sfeer. In Doorn daarentegen, zijn de items in een soort kas uitgestald, die vrijdag ook nog eens zonovergoten was. Dat werpt letterlijk een heel ander licht op objecten die ik al zo goed dacht te kennen.

Complimenten voor deze verrassende en indrukwekkende opstelling, aan Jean-Paul de Vries namens Romagne 14-18 en Cornelis van der Bas namens Huis Doorn, en alle andere betrokkenen.

Ikzelf kwam vrijdag tijdens de opening Alex ter Beek en Tim Tubée tegen (initiatiefnemers van het evenzeer aan te raden Educatief Experience Center Eerste Wereldoorlog in Den Bosch) en raakte zo met hen aan de praat, dat ik nog niet de helft van de tentoonstelling gezien had, toen het museum sloot. Ik ga dus zeker nog een keer terug. Dat kan tot en met 22 september.