Cape Otway Lighthouse en 12 Apostelen

Meestal is een weg een middel om je doel te bereiken. Maar de Great Ocean Road is een doel op zich. Wat een prachtige rit, waarbij na het allerindrukwekkendste uitzicht een nog imposanter uitzicht letterlijk om de hoek ligt. Je kunt van tevoren een plannetje maken wat je op een dag wilt gaan zien, maar maak dat niet te ambitieus, want dan heb je geen tijd om een keer spontaan een afslag te nemen. En de verleidingen om dat te doen zijn legio…

Zo weken wij vanochtend al van ons plan af, voordat we ons eerste doel bereikt hadden. Peet heeft nl. iets met vuurtorens. Ikzelf vind vooral dat die altijd nogal onhandig in een winderige uithoek worden neergezet, maar dat schijnt zo zijn functie te hebben. Cape Otway is zo’n winderige uithoek. Die landtong zouden we oorspronkelijk afsnijden om rechtstreeks naar de 12 Apostelen te rijden, maar Peet zwichtte bij al bij de eerste wegwijzer die naar de vuurtoren wees 😄.

Cape Otway Lighthouse is in 1848 gebouwd als de op een na oudste vuurtoren op het vaste land van Australië. Het licht kon tot op 48 km. (dus voorbij de horizon) nog gezien worden. Vandaag de dag is het de oudste vuurtoren hier die nog bestaat. Hij doet echter geen dienst meer, omdat naast de oorspronkelijke toren een kleiner, moderner en vooral onderhoudsvriendelijker exemplaar geplaatst is, dat de taken heeft overgenomen. Jammer van de romantiek, maar het heeft als voordeel dat de oude vuurtoren nu in al zijn glorie te beklimmen en bezichtigen is. Daarbij word je dus niet om de zoveel tijd door een felle lamp verblind, maar krijg je wel het prachtige uitzicht als bonus.

Behalve de vuurtoren stond op het mooi aangelegde terrein ook o.a. het telegraafstation. De telegraaf verving de in de scheepvaart gangbare communicatie via vlaggen, wat op die plek ook vele jaren gedaan is. Het leukste in dat telegraafstation vond ik het Canadese Doherty-orgel, waarvan niet helemaal duidelijk is hoe het in Australië terechtgekomen is. Waarschijnlijk heeft het een schipbreuk overleefd.

Na Cape Otway reden we dan toch door naar de 12 Apostelen, een aantal rotsen vlak voor de kust van Port Campbell. Ik zeg ‘een aantal’, omdat het er in elk geval geen twaalf zijn. Er zijn er nooit meer dan acht geweest, die door het geweld van wind en water met een snelheid van ongeveer twee centimeter per jaar kleiner worden. Exemplaren waarin door het gebeuk van de oceaan een opening (‘brug’) ontstaat, breken uiteindelijk in tweeën of storten in. Dat laatste is een paar jaar geleden een van de Apostelen overkomen, dus er zijn er nu nog maar zeven.
Doordat je de ene groep tegen de zon in fotografeert en de andere groep juist prachtig in het zonlicht staat, lijken de foto’s op andere dagen en in verschillende weersomstandigheden gemaakt te zijn, maar in werkelijkheid zat er slechts 10 minuten tussen.

Lang verhaal kort: na de ’12’ Apostelen reden we nog naar The Arch, London Bridge (waarvan een van de twee bogen al is ingestort, zodat de rots nu uit twee delen bestaat) en The Grotto. Het heeft wel iets moois om te weten dat deze enorme natuursteenformaties constant van vorm veranderen en over enkele honderden of duizenden jaren niet meer zullen bestaan.

Eind van de middag reden we via Nullawarre, het laatste dorpje op de Great Ocean Road, naar ons Best Western Olde Maritime-hotel in Warrnambool. Nog een geluk dat we daar zijn aangekomen, want in onze reispapieren stond een foto (en erger: het adres) van een heel ander hotel, 60 km. verderop. Als Peet niet de naam van het hotel in de navigatie had ingevoerd, maar het opgegeven adres, waren we heel ergens anders terechtgekomen…

Terwijl we in het bijbehorende Clovelly Restaurant ‘lovely’ zaten te eten, boden de behulpzame mensen van het hotel aan om te checken of de volgende bestemmingen van onze reis wel goed in onze papieren stonden. Ze belden zelfs met een daarvan om zeker te weten dat onze boeking was doorgekomen. Een zoveelste bewijs van de enorme behulpzaamheid van de Australiërs!

Geef een reactie