Argostoli

Op de mat in de lift stond ‘Sunday’ en uit een melding van mijn mobiel bleek dat het 1e Pinksterdag was. Aan boord van ‘ons’ schip was het echter business as usual. Normaal pakken we op zondag wat meer uit met het ontbijt dan op andere dagen (croissantjes, Engels ontbijt of pannenkoeken bijvoorbeeld), maar hier kan dat elke dag, dus ook daar kwamen geen nadere aanwijzingen vandaan. Wél meerde het schip (overigens geheel volgens planning) later in de haven aan dan op andere dagen en konden we dus iets langer uitslapen. Ah, dan begint het inderdaad op zondag te lijken!

Deze dag was Argostoli de bestemming, ook dit keer weer in een prachtige baai, op het Griekse eiland Kefalonia. Veel op het eiland was verwoest bij een aardbeving in 1953, dus veel van de hedendaagse bebouwing is relatief jong. Omdat het toch zondag bleek te zijn, besloten we het ook vandaag rustig aan te doen. We lieten ons dus niet voor 45 euro naar een 15 km. verderop gelegen strandje vervoeren, gingen niet kijken bij het leuke vuurtorentje en brachten ook geen bezoek aan dat stadje waar die film opgenomen was die we toch niet kenden.

Behalve wat door het zeer vriendelijk ogende stadje Argostoli lopen, hadden we maar één ding op het verlanglijstje: de schildpadden. In de Koutavos Lagoon, voorbij de stenen brug die die lagune van de baai van Agostoli scheidde, huisden tientallen joekels van schildpadden, hadden we gehoord. Je kon een elektrisch bootje of een waterfiets huren om het meer op te gaan en je daar laten omringen door die prachtige beesten die zo uit de prehistorie lijken te zijn weggelopen.

De voorpret begon al op weg er naartoe: vanaf een vissersbootje werd wat bijvangst overboord gekieperd en ja hoor, daar kwam zo’n unit van een vierkante meter groot traag aangezwommen. Geweldig! Ik schoot snel een paar kiekjes uit de heup, maar niet teveel, want straks zou het pas echt prijsschieten worden.

Bij het vaartuigverhuurbedrijf (lees: een parasol met een man met baard eronder) besloten we een elektrisch bootje te huren. Daarmee mochten we voor 22 euro gedurende 45 minuten door het leefgebied van onze schilddragende vrienden varen. Of we wel binnen de boeien wilden blijven en 20 meter uit de kant, en of we, zodra we een van de joekeloerissen zagen, de motor wilden uitzetten. Nou, dat wilden we graag, stiekem hopend dat we het grootste deel van die 45 minuten maar wat zouden ronddobberen in het gezelschap van de schildpadden.

Het was prachtig op het water, een mooie dag daarvoor ook, met 28 graden. Het water was helder, het meertje ondiep, dus de omstandigheden leken ultiem. Maar zoals je misschien al voelde aankomen: na drie kwartier hadden we nog niet 1 (dus: 0, zegge: ‘nul’) schildpadden gezien. En daar was ik best een beetje ontstemd over, want ik had me er erg op verheugd. Dus ik zegde in gedachten het Oude én Nieuwe Testament achterstevoren op en we lieten ook aan de bootverhuurder onze teleurstelling blijken. Nu hadden we natuurlijk geen schildpaddengarantie gekregen, maar nul dieren gezien? Dat was toch eigenlijk onmogelijk, aldus de verhuurder. Nou, dus niet…

Nu moet ik zeggen, je kunt die beesten geen ongelijk geven. Als ik een schildpad was, zou ik me ook nestelen aan die kant van de stenen brug waar vissers weleens een lekker visje laten vallen, i.p.v. aan de andere kant, waar behalve wat beplanting op de bodem geen leven te bekennen is en waar toeristen op bootjes de hele dag op je aan het jagen zijn. Maar al mijn begrip ten spijt was ik toch teleurgesteld. Een oude herinnering kwam bovendrijven: we waren (tientallen jaren geleden) met ons gezin in Drenthe op vakantie, waar – zo vermeldde de reisgids – ‘de schapen de horizon vulden’. Ook in die vakantie hebben we geen schaap gezien. ‘De schapen vullen de horizon’ is bij ons nog steeds een gevleugelde uitspraak.

Op weg naar een terrasje passeerden we weer de stenen brug en we waren nog geen 10 meter verder, of een schildpad stak zijn kop uit het water, alsof hij wilde zeggen: waar was je zolang, mafkees? Je begrijpt dat ik mijn digitale fotorolletje op dat beest heb volgeschoten. Thuis zeg ik gewoon dat het allemaal verschillende dieren waren, dat valt toch niemand op…

Ook entertainment-wise, op het schip, was het onze geluksdag. Er stond een Duitse multi-instrumentalist geprogrammeerd die alles belichaamde waarvoor je vreest als je een cruise boekt. Het vleesgeworden cruisecliché, eigenlijk. Cheesy, flauwe grapjes tussendoor, fout repertoire (maar echt fout hè…), het geluid van zijn instrumenten te schel en te hard t.o.v. de band, enz. Mind you: dat is – schijnbaar – onze mening als Europeaan, want onze Amerikaanse en Australische vrienden vonden het geweldig.

Maandag weer een dag. Dan: Corfu!

Geef een reactie